Geschiedenis van de Sionskerk gemeente

Op 19 september 1934 werd te Epe de Nederlandse Hervormde Vereniging voor Evangelisatie “Waarheid en Genade” opgericht.
Voor de statuten van de Vereniging werd Koninklijke goedkeuring aangevraagd en verkregen in september 1935. Artikel 3 van deze statuten luidt: “Zij heeft ten doel de uitbreiding van Gods Koninkrijk te Epe, tot bloei van de Nederduits – Hervormde Kerk te Epe”.
Tot aan het voorjaar 1937 werden diensten belegd in het Nutsgebouw aan de Willem Tellstraat. Op 21 april 1937 werd het gebouw aan de Asseltseweg in gebruik genomen, wel bekend als de Sionskerk.

In de eerste periode werd de catechisatie en pastorale zorg waargenomen door ds. J. Lekkerkerker, predikant te Oldebroek. Hij was tevens voorzitter van de Vereniging. Na zijn vertrek naar Oud Beijerland in 1940 werd de heer M.M. Lint tot voorzitter gekozen. Ook werd in dat jaar de eerste voorganger benoemd: de eerwaarde heer D. Dekker. Hij was tot 1957 verbonden aan de vereniging.
Het oorspronkelijke gebouw werd in 1943 wegens te weinig ruimte verbouwd. Men beschikte hierna over 250 zitplaatsen.

In het begin was er weinig kontact met de plaatselijke Hervormde Kerk. Mede onder invloed van het tot stand komen van de nieuwe kerkorde, werd in november 1951 van de kerkenraad bericht ontvangen, dat deze voor de bediening van de sacramenten en bevestiging van nieuwe lidmaten aan de Vereniging vijf kerkdiensten met ambtsdragers wilde toestaan. De eerste officiële bespreking over mogelijke intergratie, tussen kerkenraad en bestuur, vond plaats in 1946.
Na het overlijden van de eerwaarde heer D. Dekker werd in 1958 de eerwaarde heer H. Visser uit Huizen tot voorganger benoemd. Hij bleef tot 1971. In 1969 vond de tweede grote verbouwing plaats, en eind jaren tachtig de derde, zijnde de huidige Sionskerk.

Vanaf 1935 werd de gemeentezang begeleid met een éénklavierharmonium, welke in 1942 werd vervangen door een tweeklavier Hofberg harmonium. Op 5 november 1958 werd per brief melding gemaakt, door de toenmalige organist, van de slechte toestand van het muziekinstrument. De organist en adviseur, de heer H. van ’t Einde, musicus te Vaassen, adviseerden om tot aanschaf van een kerkorgel over te gaan. De opdracht werd verstrekt aan de orgelbouwer Koch te Apeldoorn die het electro – pneumatisch orgel met 5 stemmen, verdeeld over twee klavieren en een aangehangen pedaal in 1961 opgeleverde. Op 29 februari 1988 is besloten het orgel te renoveren en uit te breiden. Het huidige front is afkomstig van de Ned. Herv. Kerk te Waverveen in Utrecht en dateert uit 1920. De frontpijpen zijn vervaardigd van tin en zijn van zeer goede kwaliteit. Het huidige orgel telt totaal 1044 pijpen, terwijl het oude orgel er 405 telde.